
Robert Vollekindt: de betovering van licht en ruimte.
Waarom confrontatie en niet ‘ontmoeting’ of ‘samenkomst’? Zou ‘In dialoog 1’ of ‘Communicatie 1’ een minder geslaagde titel zijn? Ik denk het wel. Het woord ‘confrontatie’ heeft immers geen neutrale betekenis. De dikke Van Dale spreekt in zijn bepaling zelfs uitdrukkelijk van een ‘vijandelijke’ opstelling.
Wie Robert kent, rijmt dat ‘vijandelijke’ moeilijk met zijn karakter en evenmin met zijn artistieke roeping. Waarom dan deze titel bij een tentoonstelling van deze bij uitstek zachtzinnige man? Hoe kan het woord “confrontatie” voor ons een sleutel zijn op wat hier, op de zolders van Hof Lanchals, vandaag en de komende twee weken, gebeurt?
Voor een antwoord ga ik te rade bij de etymologie van het woord. Confrontatie betekent letterlijk: de voorhoofden bij elkaar brengen, elkaar in de ogen kijken, van aangezicht tot aangezicht staan. Deze oorspronkelijke betekenis kan ons een vruchtbare toegang verschaffen tot het werk van Robert.
De hoofden bij elkaar brengen Dit veronderstelt: twee partijen, een dualiteit. Welke dualiteit? We denken spontaan aan de tweeheid van kunstwerk en toeschouwer:
confrontatie
1e graad :
Elk beschouwen van kunst is een oog in oog staan van een waarnemer met een kunstwerk. Dat vraagt van de beschouwer openheid. Hij moet zich ontvankelijk opstellen wil de ontmoeting vrucht dragen. Dit wil zeggen: vertrouwde meningen opschorten, vooroordelen laten varen, zich ontwapend en ontwapenend uitleveren. Als de toeschouwer geraakt wordt, leidt zijn ervaring wellicht naar esthetisch genot en dankbare bewondering.
Dit gebeuren dat ik confrontatie 1e graad noem mondt haast automatisch uit op een confrontatie tussen toeschouwer en kunstenaar, althans voor zover die laatste via zijn werk met ons een gesprek aangaat. Het besef dat het ontroerende kunstwerk gemaakt werd door een andere mens, wekt spontaan het verlangen naar kennismaking, dialoog, ontmoeting.
Deze twee gestalten van confrontatie liggen echter zo voor de hand dat het onwaarschijnlijk lijkt dat Robert alleen daarom zijn tentoonstelling de naam Confrontatie gaf. Er moet dus meer achter zitten. Maar wat? Welk surplus ligt vervat in deze ogenschijnlijk eenvoudige titel?
Voor Robert Vollekindt is elke tentoonstelling ook een confrontatie tussen de ruimte en de kunstwerken.
Confrontatie
3e graad.
Ik ga er dieper op in omdat dit wezenlijk is voor het streven van Robert. Zijn foto’s zijn zorgvuldig uit honderden, wat zeg ik, uit duizenden geselecteerd met als doel om deze ruimte aan te kleden. En deze zolders zijn gekozen om precies deze foto’s tot hun recht te laten komen.
Het werk van de kunstenaar beperkt zich dus niet tot het maken van de foto. Zijn taak gaat wezenlijk verder in de zoektocht om de foto’s te integreren in deze specifieke plaats. Wie dit uit het oog verliest, dreigt met een blinde vlek door de tentoonstelling te lopen. Deze ambitie om het creatieve proces verder te zetten in de tentoonstellingsruimte sluit, denk ik, naadloos aan bij het vroege werk van Robert, toen hij nog volop assemblages en installaties maakte en vaak zijn boodschap bracht in een eigenzinnig zelf gecreëerde ruimte. Nu is de locatie “vooraf” gegeven en biedt eigen mogelijkheden en eigen beperkingen.
Wie de tentoonstelling betreedt, wordt onmiddellijk getroffen door allerlei ingrepen die het verwachtingspatroon van de bezoeker ondergraven:
De foto’s zijn niet allemaal op ooghoogte tentoongesteld. We worden gedwongen in vogel- of kikvorsperspectief. Een enkele keer zijn de foto’s zo gemonteerd dat we over de reling met de fotograaf meekijken in de diepte. Ophanging en formaat zijn gekozen om een bepaald visueel effect te veroorzaken.
Zoals u weet zien we niet met het oog maar construeren onze hersenen het beeld. Wat Robert doet is met een stok roeren in de rustige poel van onze grijze materie. Hij neemt ons bij de arm en zegt: Look at it! Ervaar wat er in je, met je gebeurt als je kijkt, als je nog eens kijkt, en nog eens, want de presentatie van Robert Vollekindt vraagt een tweede en een derde blik, zoals met die tekeningen die men bij psychologische proeven laat zien en waarbij men al naargelang de invalshoek van het oog verschillende voorwerpen kan herkennen. Iets parallels gebeurt ook hier. We kunnen zo kijken dat het perspectief versterkt wordt. De ruimte wordt verlengd en voert de blik naar één centraal punt. Het lijkt op een afdaling, een pad naar beneden naar de plaats waar ons één werk wacht, bijna gecomponeerd als een abstract schilderij, een rechthoekig vlak verdeeld in 3 driehoeken.
Het is het punt waar de ontmoeting met de Engel plaats heeft. Een Engels des doods? Of een Bewaarengel? In elk geval betreft het een passage naar een donkere wereld want daarachter ontdekken we zes beklemmende foto’s, - waaronder de foto van de uitnodiging - die weerom zeer eigenzinnig gepresenteerd zijn, en allerminst onberoerd laten.
Wat gebeurt er in die diepste ruimte? We herkennen monden, handen, de contouren van een borst of hoofd. Gaat het om een gevecht om tot leven te komen uit een onbestemd plasma? Of betreft het een finaal wegzinken in een oeverloos oerwater? En wat te denken van de hand die vanuit de hoogte de vingers spreidt? Dompelt hij ons onder in dit vreemde, surreële onderwereld? Of biedt hij zich aan om ons aan deze narcotische hallucinatie te ontrukken? Ook hier weer de opstelling die de ambigue sfeer mee bepaalt.
En als we in omgekeerde richting gaan, - want na elke katabasis of hellevaart - volgt een anabasis of een terugkeer, dwingt de plaatsing onze blik omhoog, naar het licht, de uitgang, daar wachten ons ook de enige foto’s die in kleur afgedrukt zijn, als onderkoelde voorafspiegeling van het kleurrijke leven dat ons buiten wacht.
Ondertussen kan er veel gebeurd zijn. Misschien heeft zich een gevoel van vervreemding voltrokken, misschien een katharsis. In elk geval, de kijk-ervaring die Robert Vollekindt ons door zijn omgang met de ruimte opdringt ontwricht onze gewone blik. Tot hier confrontatie 3e graad.
Ik heb tot nog toe nauwelijks iets gezegd over de inhoud van de foto’s.
2 zaken vallen op:
één: op alle foto’s is de menselijke figuur prominent aanwezig. Het betreft altijd een vrouw.
twee: alle foto’s brengen een bijzondere plaats in beeld.
Inhoudelijk zijn de foto’s van Robert moeilijk te plaatsen. We hebben niet te maken met een studiobeeld waarbij kunstlicht en scène-opbouw niets aan het toeval overlaten. en evenmin met een documentaire foto of een snapshot. Mij lijkt het dat de kunstenaar met zijn project werkt aan een hoogstindividueel artistiek archief van tot de verbeelding sprekende plaatsen waarin de vrouw veelzinnig, maar souverein aanwezig is:
de ruïnes van een abdij, een zolder,
de deprimerende gangen van een tuchthuis,
een ouderwetse school, een lapidarium.
De enscenering van deze plaatsen roept allerlei associaties op aan de kindertijd met zijn angsten en geruststellingen, aan onderdrukte fobieën en verlangens die we als volwassenen meedragen of we stoten op anomalieën een danseres op een plaats waar vroeger monniken een contemplatief leven betrachtten, een hedendaagse gothic angel oog in oog met een middeleeuws gotische engel, of er wordt gealludeerd op en gesalueerd naar andere kunstenaars. U zult ongetwijfeld de knipoog naar George Grard en Paul Delvaux herkennen.
Robert Vollekindt presenteert zijn locaties niet zozeer als ‘ruimte’. Ze zijn het decor voor een aanwezigheid. Alle plaatsen, hoe schraal en benauwend ook, zijn bewoond. Er beweegt een vrouw die de ruimte tot leven brengt. Niet toevallig een vrouw. In het innerlijke pandemonium van elke man bekleedt “de vrouw” en haar raadsels een centrale plaats. Hier niet anders.
Waar ik me over verwonder is die hoge graad van compliciteit, van samenwerking, ik zei bijna - samenzwering – tussen model en fotograaf om foto’s met deze intensiteit tot stand te brengen.
confrontatie 4e graad dus: tussen fotograaf en model
Dat brengt mij als vanzelf bij confrontatie 5e graad de primaire confrontatie. van de kunstenaar met zijn creatieve diepte, de vonk die het scheppende proces in gang zet, de luchtbel die uit het stilstaande water van het onbewuste opwelt en in dit geval een reële want bestaande en bekende locatie verbindt met imaginaire mogelijkheden.
Wat in de hersenspinsels van een kunstenaar gebeurt, ontsnapt de toeschouwer. Wij zien alleen de brand, niet de ontsteking. Maar elk resultaat heeft antecedenten. Hier de gedrevenheid, zeg maar de koortsachtigheid waarmee Robert Vollekindt, die zichzelf op zijn website, fier autodidact noemt,al ruim veertien jaar lang creatieve impulsen omzet in afgewerkte producten.
Indrukwekkend is de reeks tentoonstellingen, de veelzijdigheid, de artistieke energie die aan het werk is in Robert Vollekindt en die nu een voorlopig hoogtepunt bereikt in deze expositie.
Ik heb 5 niveau’s vermeld waarop een confrontatie plaatsvindt.
Er is er nog één. Op de nulgraad. Voor een fotograaf de meest essentiële. De confrontatie met het licht. Hier mag de gebruikelijke betekenis van het woord confrontatie ten volle spelen. Het licht is de vijand van deze fotograaf, niet de vriend. Robert Vollekindt hanteert in de meest letterlijke zin de camera obscura. De donkere kamer. Hij weert het licht daar waar hij kan en ontpopt zich tot een meester van de onderbelichting. Vandaar zijn voorkeur voor lichtschuwe plaatsen: schuren, zolders, kelders, bewolkte hemels... Daar ligt het geheim van van zijn fotografie in een magistrale beheersing van het licht. Door een consequente zoeken om het licht te drukken slaagt Robert Vollekindt er bij wijze van spreken in om het licht zelf te fotograferen: de spiegeling in een plas, de zon die door een kier valt, de schittering in de ogen de glans op de vrouwelijke huid of op het haar, weet hij als geen ander fotografisch te verschalken, precies door het licht te dempen.
Wat Robert Vollekindt met zijn confrontatie 1 beoogt, wil ik tot slot verduidelijken met twee vergelijkingen:
de eerste is ontleend aan de muziek:
deze tentoonstelling komt over als een fuga. Bij een fuga wordt een eenvoudige notenreeks doorwrocht tot een speels ,complex en samenhangend geheel. Deze tentoonstelling zou je dan een visuele fuga kunnen noemen. De initiële confrontatie van de fotograaf met de gefotografeerde ruimte wordt doorgewerkt met het model, ondergaat de bewerkingen in de werkkamer vindt symmetrieën en asymmetrieën in de tentoonstellingsruimte en klinkt tenslotte door in de confrontatie van dit complexe proces met de kijker.
De tweede vergelijking zoek ik in de bekende matroesjka’s u kent dat wel, die Russische, beschilderde poppetjes van een boerenmeisje die je in elkaar kunt schuiven: deze tentoonstelling is voor mij als een set poppetjes - ‘confrontaties’- waarbij de ene de andere omvat.
Elke inleiding is ook altijd een misleiding. Je wijst de weg naar een toegang en sluit daarmee andere toegangen af. Wees u daarvan bewust. Ik sta niet op een gepriviligieerde plaats. Ik reik niet Ariadne’s draad aan om de weg te vinden in het labyrinth van Roberts werk. Ik toon niet waar de minotaurus schuilt. Die kan zich overal verbergen.
In deze confrontatie staat u alleen, oog in oog met deze middeleeuwse ruimte met de kunstwerken die hier een tijdelijke plaats vinden, en met wat zij met u zullen doen: elk van u is het grootste poppetje dat andere poppetjes omvat. U heeft de vrijheid om poppetjes buiten te houden, om er toe te laten.
Ga na of het u bevalt, tegenstaat, op de maag blijft liggen, verrukt, ontroert, aan het lachen of mijmeren brengt stap mee in deze confrontatie en ervaar misschien hoe niet u het grootste poppetje bent dat alle confrontaties omvat maar dat ook u door een grotere pop wordt omhuld de confrontatie met de vreemde in onszelf, met het mysterie van het eigen bestaan. Vroeger had men namen voor die ervaring. Namen die ons vandaag onwennig, leeg klinken. Misschien behoeft deze ervaring geen naam en volstaat kunst om ons daartoe te brengen. In dit geval de kunst van Robert Vollekindt die ons met zijn omzichtig geknoopt netwerk van confrontaties uitdrukkelijk wil verleiden, vangen en vrijmaken. Wat tussen verleiding en bevrijding gebeurtbehoort alleen u toe.
Laten we dankbaar zijn om het vakmanschap en de artistieke integriteit waarmee Robert Vollekindt deze betovering ter harte neemt.
Erwin Steyaert
Brugge 27 september 2008